De kleur voorbij

Intermediar Multicultureel Talent

datum 2009-05-15blz. 14

De kleur voorbij Drie wegbereiders over hun succes

Allochtonen van de tweede generatie zijn belangrijke wegbereiders. Drie succesvolle professionals blikken terug op hun jeugd, hun carrière en de verkleuring van Nederland. ‘Ik vond dat ik moest doorzetten en laten zien wat ik kon. Om de weg vrij te maken voor andere migrantenkinderen.

Als 9-jarig jongetje belandde Boubkar el Bouchtaoui (44, geboren in Nador, Marokko) op de lagere school in Schoonhoven. ‘Leuk vond ik het, dat ik over mijn krullenbolletje werd geaaid. Mijn vader liet als een van de eerste gastarbeiders in Schoonhoven zijn kinderen overkomen, dus we vielen wel op. Ik speelde met Nederlandse kinderen en omdat ik extra goed oplette, kon ik later op de lts een Nederlands vriendje helpen met taal.’
Ook Mo Sahib (40, geboren in El Jadida, Marokko) belandde in een witte woonwijk toen hij op zijn vijfde met zijn moeder en broertje verhuisde naar zijn vader, die in Nederland werkte als kok. Sahib herinnert zich de grijze vliegtuigsleuf en het grauwe, koude weer in Amstelveen. ‘Geen kleuren en geen vergezichten, zoals in mijn vissersdorpje in Marokko. Het was heel erg wennen.’

De middelbare school die voormalig nieuwslezeres Noraly Beyer (63, geboren in Willemstad, Curaçao) vanaf haar elfde bezocht, was een internaat in Roermond. ‘Er zaten maar drie gekleurde kinderen op. We werden beschouwd als lieve missiekindertjes en op handen gedragen. Daarna ging ik naar de kweekschool – nu de pabo – in Den Haag. Als zwarte was je toen nog een bezienswaardigheid.’

Enorme aanwas
Die bijzondere positie veranderde in de jaren tachtig door de grote aanwas van allochtonen. Steeds meer gastarbeiders lieten hun gezinnen overkomen en veel Surinamers verhuisden naar Nederland nadat het land in 1975 onafhankelijk werd. ‘Sindsdien is de maatschappij behoorlijk verkleurd’, constateert Beyer.
Tweede-generatie-allochtonen hebben volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) een belangrijke rol. Hun houding en gedrag hebben invloed op de toekomstige sociale ontwikkelingen. In de klas en op het werk krijgen ze automatisch contact met autochtonen. Daarvan getuigen de cijfers van het SCP: in 2007 voelde tweederde van de tweede generatie Turken en Marokkanen zich al niet meer vooral lid van de eigen groep. Maar buiten werktijd bleek tweederde van alle Turken toch vooral met Turkse vrienden om te gaan; bij Marokkanen, Surinamers en Antillianen was dat aantal iets kleiner. En in dat opzicht, zo blijkt uit het SCP-Jaarrapport Integratie 2007, is er de afgelopen twintig jaar weinig veranderd.

Horecabloed
Aan Mo Sahib zal het niet liggen; hij draagt behoorlijk bij aan het interculturele uitgaansleven. Zijn vader adviseerde hem elektrotechniek te doen op de lts. Die opleiding bracht Sahib banen op Schiphol, in een ziekenhuis en bij een zorgverzekeraar. ‘Vanaf mijn achttiende werkte ik in de weekeinden ook in een chique club-restaurant in Amstelveen. Eerst als afwasser, later in de bediening, en daar ontdekte ik mijn echte passie: de horeca.’
Hij zegde zijn baan op en nam met een vriend in 1995 een Amsterdams café over. Op vakantie in Venezuela raakte hij ‘besmet met het salsavirus’. Café Madeliefje was al snel te klein voor zijn salsafeesten en Sahib stapte over naar het clubcircuit. Met zijn broer Rashid is hij nu de drijvende kracht achter A-Venue Entertainment, een organisatie van grote salsa- en latinhouse dansevenementen. Sinds 2005 organiseren ze elk jaar het LatinVillage buitenfestival in Spaarnwoude. Sahib: ‘Ik zie mezelf vooral als ondernemer, maar ik vind het mooi dat ik tegelijkertijd het contact tussen culturen bevorder.’ Zelf is hij de kleur allang voorbij. Voor zijn festivals huurt hij personeel in uit allerlei culturen.

Meer kleur op tv
Veel meer bedrijven zijn de afgelopen jaren het nut gaan inzien van een divers samengesteld personeelsbestand. Maar de praktijk is, zowel voor werkgevers als werknemers, ingewikkeld. Diversiteitsbeleid ‘blijft manoeuvreren’ voor alle betrokkenen, signaleert Beyer. ‘Het is jammer dat mensen soms vergeten dat het een werkgever natuurlijk niet alleen maar om de kleur gaat; het gaat evengoed om kwaliteit.’
Beyer studeerde in Nederland, gaf les in Suriname en werkte vervolgens als redacteur-presentator bij de nieuwsdienst van de Surinaamse televisie. Vlak na de decembermoorden in 1982 kwam ze terug naar Nederland en ging werken bij de Wereldomroep. Twee jaar later werd ze daarnaast nieuwslezer en -redacteur bij het Journaal. ‘De NOS besefte begin jaren tachtig dat er meer “kleur” op tv moest komen. De omroep wil tenslotte een afspiegeling van de bevolking zijn. In de beginjaren van de televisie werkte er ook al een gekleurde vrouw bij het Journaal, Eugenie Herlaar. Maar in die tijd viel het vooral op dat ze een vrouw was; niemand viel over haar afkomst.’
Met haar banen bij de Wereldomroep en het NOS-Journaal kon Beyer voltijds haar ‘passie en stiel’ uitoefenen. Eind december 2008 nam ze afscheid en sindsdien staat ze op het toneel.

Hogere functies
Om werkgevers te stimuleren tot multicultureel personeelsbeleid werd ruim tien jaar geleden een tijdelijke wet ingevoerd (de Wet bevordering evenredige arbeidsdeelname etnische minderheden, later de ‘Wet Samen’). De maatregel werd in 2004 niet verlengd, onder meer omdat de werkgevers de administratieve lasten te zwaar vonden. Het rijk spande zich inmiddels ook zelf als werkgever in om meer kleur op hogere posities te krijgen. Het aantal allochtonen in hogere ambtenarenfuncties groeide tussen 1997 en 2007 van 3,7 naar 6,2 procent. Het gaat om functies vanaf schaal negen: middenmanagement en beginnende beleidsfuncties. De rijksoverheid wil vooral op (sub)topniveau veel allochtonen aannemen.
Mede dankzij diversiteitsbeleid kreeg Boubkar el Bouchtaoui in 1997 een functie bij het Haagse Zon (nu ZonMw), een organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. Hij is er sindsdien coördinator informatisering en automatisering ‘De begintijd was behoorlijk wennen, maar ik vond dat ik moest doorzetten en laten zien wat ik kon. Zo maak je immers de weg vrij voor andere migrantenkinderen.’
Volgens de indertijd gebruikelijke route voor allochtone leerlingen, via lts en mts, had hij de Haagse hts bereikt, waar hij informatica studeerde. ‘Er waren ongeveer vier Marokkaanse studenten op een totaal van een paar honderd.’ Na zijn afstuderen lagen de banen voor het oprapen: er was grote behoefte aan automatiseerders. El Bouchtaoui begon als programmeur bij een bedrijfsvereniging en verkaste na zeven jaar naar zijn huidige werkplek.

Verschillen overbruggen
‘Als migrant moet je je eigen weg zien te vinden’, is de ervaring van Beyer. ‘Wat wil je hooghouden van je bagage, je cultuur, en wat niet? De laatste jaren gaat het niet meer alleen om kleur. Religie speelt een steeds grotere rol.’ Je thuis voelen in een samenleving lukt het beste als verschillen wederzijds worden geaccepteerd, stelt het SCP-Jaarrapport 2007; gebeurt dat niet, dan kan het leiden tot discriminatie over en weer. Volgens het rapport vindt bijna tachtig procent van de Turken, Marokkanen en Antillianen en zeventig procent van de Surinamers dat allochtonen minstens sóms worden gediscrimineerd. Hoogopgeleide allochtonen blijken dat gevoel sterker te hebben dan lager opgeleide, vooral bij sollicitaties.
‘Ieder mens discrimineert weleens’, zegt El Bouchtaoui. ‘Niet goed, maar het gebeurt. Tegelijkertijd vind ik dat allochtonen discriminatie niet van alles de schuld moeten geven. Daar lossen ze niets mee op.’
Hoe pijnlijk echte discriminatie kan zijn, heeft hij in zijn eerste baan ondervonden. In een weekend leidde hij een interne verhuizing en de verhuizers weigerden onder hem te werken. Tactisch riep hij zijn chef op, die de verhuizers waarschuwde dat hun weigering grote gevolgen zou hebben voor het verhuisbedrijf. ‘Het is
gek om afgewezen te worden op dingen die er niet toe doen. Maar gelukkig kan ik relativeren. Achteraf heb ik het maar als een incident beschouwd.’

Een ander voorbeeld: El Bouchtaoui merkt dat scholen allochtone ouders soms anders behandelen dan autochtone. ‘Mijn generatie, die inmiddels schoolgaande kinderen heeft, is goed opgeleid en kan goed meepraten. Sommige scholen zijn dat niet gewend. Dat leidt weleens tot frictie.’
Beyer ondervond als Journaal-presentator geen directe discriminatie. ‘Kritiek kreeg ik vooral via via te horen. Mensen zeiden bijvoorbeeld dat ze me niet konden verstaan, maar ik vermoedde dat ze moeite hadden met mijn kleur. Ik heb een zevende zintuig om precies aan te voelen wat mensen echt bedoelen.’ Ze heeft zich er niet door laten afschrikken. ‘Gelukkig heb ik altijd veel plezier in mijn werk gehad. Voorwaarde is wel dat je in een bedrijf zit waar de werkgever je echt wil hebben.’
Organisator Sahib zegt er een sport van te maken eventuele discriminatie ‘zes stappen voor te zijn’. ‘Ik vind het leuk om overal over te kunnen meepraten, mensen versteld te doen staan.’ Net als El Bouchtaoui leerde hij thuis dat iedereen gelijkwaardig is. ‘Daarom voel ik me niet echt anders. Ik laat graag mijn horecavaardigheden op mensen los. En ik ben positief ingesteld; dat moet wel, anders kom je er niet.’