Liever Den Haag

Poëzie op pootjes

blz. 50

Liever Den Haag

In Den Haag wou ik niet wonen
die stad van overheid en kronen.
Wat ik zocht was in Amsterdam
weg van mijn dorp en de Ginkelse hei,
die paarse gloed, zij aan zij
met eerste liefdes vol verlangen.

We liften naar de Melkweg, voor het
wereldwijde dichtersfestival, oog in oog
met Jim Carroll en Simon Vinkenoog.
De trein gemist en zomaar vrij,
slapen in een vrolijk Vondelpark.
ontwaken in koude dauw, maar blij.

Het examen voorbij, lonken studie en stad.
De hofstad komt onverwacht op mijn pad
en wordt mijn nieuwe thuis, niet Amsterdam.
Geen horden dronken Wallengangers, maar
herenhuizen aan het Voorhout, laan met allure:
kunst en Couperus, een flaneur met grandeur.

In mijn gedicht wil ik niet wonen zoals Slauerhoff,
en zwerven zoals hij past niet bij mij.
Uit mijn raam zie ik roestbruine blaren
die schitteren in de herfstzon, boomkruinen
weerspiegeld in de Haagse beek die door
de stad meandert; hier voel ik mij vrij