Toenemende invloed op inhoud opleidingen

Vizier

datum 2009-12-01blz. 10

Toenemende invloed op inhoud opleidingen

Met de invoering van competenties in het mbo, ligt de nadruk op het ontwikkelen van vaardigheden. Het lijkt logisch dat de werkvloer dan meer invloed krijgt op het onderwijsprogramma. Is dit werkelijk het geval of zijn er obstakels?
Calibris peilt de mening van drie mensen uit het werkveld van respectievelijk Welzijn, Sport en Zorg: een directeur kinderopvang, een hoofdvoetbaltrainer Jeugd en een praktijkopleider in de Ouderenzorg.

De Stichting Kindernet is een organisatie voor kinderopvang in Gelderland en heeft locaties in Warnsveld, Doetinchem en in Zutphen. “Onze organisatie is erkend als opleidingsinstituut voor het praktijkgedeelte van de pedagogisch medewerkers in opleiding”, vertelt directeur Nel Bolk. “Wij vinden het belangrijk om meer invloed te krijgen op de inhoud van de opleiding”, valt zij maar met de deur in huis. “Kindernet krijgt stagiaires van verschillende roc’s uit de omgeving. Eerst kwamen de leerlingen van de opleiding SPW 3, maar die opleiding was veel te algemeen. Dat is inmiddels veranderd. Nu komen de stagiaires van de opleiding pedagogisch medewerker 3, die beter past bij het werk in de kinderopvang.”

Regionale samenwerking
Bolk participeert in een regionaal Project Arbeidsmarkt Kinderopvang (PAK). Dat is een samenwerkingsverband van vijf kinderopvangorganisaties, UWV WERKbedrijf en enkele Gelderse gemeenten. “De insteek is om mensen aan werk te helpen in de kinderopvang, want we hebben goede mensen nodig.” Sommigen bezitten geen diploma of zijn om andere redenen uit de boot gevallen. Mensen met belangstelling voor dit werk worden uitgenodigd om te komen ‘speeddaten’ met de kinderopvangorganisaties. Die selecteren twaalf tot vijftien enthousiastelingen. Zij krijgen een oriëntatiestage aangeboden van drie maanden, waarin ze basisvaardigheden kunnen oefenen. Ook maken ze een portfolio. Daarna kunnen de volhouders een betaalde stageplaats krijgen en een dag naar school gaan.
Momenteel overlegt Bolk met het roc in Doetinchem over een praktijkgerichter opleidingsplan. “Daarnaast willen we bekijken waar de opleiding korter kan.”
De directeur wil graag meer maatwerk. Ze hoopt dat de scholen zich meer kunnen gaan bekommeren om individuele leerlingen. “Nu komt het voor dat een vrouw van 40 met jarenlange ervaring als vrijwilliger in een peuterspeelzaal en een goede portfolio, na aanvraag van een EVC-procedure, toch nog naar school moet voor de vakken Engels en maatschappijleer!” Positief vindt zij het leernetwerk, een onderdeel van het PAK, waarin opleiders uit de kinderopvang samen met de scholen en Calibris, lesprogramma’s ontwikkelen. “Maar het blijkt voor veel scholen nog moeilijk om buiten de kaders te denken. Schooldirecties gaan langzamerhand meer openstaan voor de werkgevers. Het moet nog wel doordringen tot de lagere echelons.”

“Het blijkt voor veel scholen nog moeilijk om buiten de kaders te denken.”

Lessen uit de training
Oud-voetballer en voormalig welzijnswerker Carlos Alarcon Vidal, is al vele jaren hoofdvoetbaltrainer Jeugd bij de Geuzen Middenmeer Club. Hij werkt samen met het roc in Amsterdam. Zijn stagiaires komen van de opleiding Sport en Beweging (niveau 2). Zij leren voetbaltrainingen geven en programma’s presenteren aan groepen.
De stelling klinkt hem bekend in de oren. Hij gelooft erin dat de werkelijkheid de theorie steeds meer gaat bepalen.“Ik kan wel theoretische verhalen vertellen over presenteren voor groepen, maar elke groep vraagt om een andere benadering. Dat geldt ook voor het onderdeel ‘bewegen’. Je bedenkt tijdens de training nieuwe oefenvormen, gericht op een praktisch voetbalprobleem. Zo ontdek je steeds nieuwe dingen in de methodologie.”

Praktijk is beste leerschool
“Onze pedagogische doelen zijn het ontwikkelen van zelfstandigheid, scheppen van een veilig gevoel en het bijbrengen van teamgeest.” Dat leer je toch het best in de praktijk, illustreert Carlos met een voorbeeld. “Het komt voor dat een leerling stage loopt bij een inhoudstechnisch goede voetbaltrainer die gevorderde spelers traint en behoorlijk tegen hen tekeergaat. Het team behaalt goede resultaten en de stagiair denkt dat deze man een goede training geeft. Vervolgens gaat deze stagiair dezelfde methode toepassen bij minder bekwame voetballertjes. Dat werkt dan averechts, omdat het deze jongetjes puur om recreatie gaat.” Alarcon Vidal wil hiermee zeggen dat je pas in de praktijk leert of je voor een prestatiegerichte of een recreatiegerichte groep staat. En dat je die anders moet aanpakken. “Dan blijkt pas dat de leerling in pedagogisch of methodologisch opzicht nog veel moet leren.”

Om de tafel
Laurens wonen, diensten, zorg is een grote Rotterdamse zorgorganisatie voor ouderen.
Lia Roodbol is praktijkopleider bij twee verpleeghuizen van Laurens Noord-West. De instelling werkt met stagiairs van verschillende roc’s in Rotterdam, zoals Albeda en Zadkine. Als praktijkopleider onderhoudt zij contact met de scholen. Roodbol is het heel erg eens met de stelling. “Sinds het onderwijs uitgaat van competenties, zit ik regelmatig met de roc’s rond de tafel. De deuren staan open. De scholen vragen aan ons wat er veranderd moet worden en ik ben daar behoorlijk actief in.”

Opleiding in huis
Als voorbeeld van toenemende invloed vanuit de zorgpraktijk, noemt zij aanpassingen in de opleiding voor Verzorgende. “De behoefte binnen de instelling was meer gericht op de psychogeriatrische zorgvrager, waardoor een aantal handelingen – zoals binnen de VIG – niet nodig zijn. Dit geldt voor meerdere instellingen en daarom is destijds de theorie aangepast naar de VAG. We kijken samen met de roc’s naar de competenties die wel te behalen zijn. De behoeftes van de instellingen worden meegenomen in het lespakket.”
De leerafdeling van de zorginstelling wordt regelmatig besproken in het overleg met de opleidingen. “Wat hebben we elkaar te bieden? Waar is verbetering nodig?” De docenten komen naar de instelling en geven op de werkplek theorieles. Zo kunnen zij meteen ingaan op vragen uit de beroepspraktijk.